Interview Paul Verbraak (GGMD): ‘Wie doof wordt, kan het gevoel hebben een deel van zichzelf kwijt te raken’

Wie op latere leeftijd slechthorend wordt of plotseling zijn gehoor helemaal verliest, heeft een andere hulpvraag dan iemand die doof of slechthorend opgegroeid is. In de reguliere hulpverlening ontbreekt het aan kennis, waardoor niet de juiste hulp geboden kan worden. Paul Verbraak (36) is specialist plots- en laatdoven bij  en weet hoe belangrijk het is om passende hulp te kunnen bieden. ‘Dat je naar mensen luistert en begrijpt en erkent waar ze doorheen gaan, geeft vaak al een gevoel van verlichting.’

Pauls werkplek vanmiddag is een kantoortje in het gebouw van SWeDoRo (Stichting Welzijn en Doven Rotterdam) in Rotterdam Zuid. ‘Meestal werk ik vanuit ons pand bij het Zuidplein, maar ook hier kunnen mensen die te maken krijgen met een plotseling of laat ontstaan ernstig gehoorverlies, bij ons terecht om te praten. Bijvoorbeeld over wat ze meegemaakt hebben en wat ze nodig hebben om hun leven met plots- of laatdoofheid zo goed mogelijk vorm te geven.’ Paul helpt mensen daarbij onder meer in praktische zin, denk bijvoorbeeld aan hulpmiddelen, op het psychische vlak, zoals het leren omgaan met gehoorverlies, en op het werk. Maar ook bij het aanleren van vaardigheden als assertief zijn en bij de communicatie met familie, vrienden en collega’s. ‘Het is belangrijk dat je weet wat de gevolgen van plots- of laatdoofheid kunnen zijn. Stel, je geeft aan dat je vreselijk vermoeid bent en je hulpverlener probeert je gerust te stellen door te zeggen dat het wel overgaat als je wat rustiger aan doet. Dat is heel vervelend, dan voel je je niet begrepen. Wat ik doe, is mensen inzicht geven in die vermoeidheid en ik geef suggesties hoe dat te verbeteren.’

Betrokken
Het is duidelijk dat Paul zich betrokken voelt bij de doelgroep. Dat beaamt hij lachend maar voegt daar meteen aan toe dat hij geen romantisch verhaal heeft over een persoonlijke betrokkenheid bij doven of slechthorenden. ‘Eigenlijk is dit gewoon op mijn pad gekomen. Dertien jaar geleden, ik was halverwege mijn hbo-opleiding Social Work, zag ik een vacature voor een ambulant woonbegeleider bij GGMD. Dat leek me wel wat. Drie jaar later werd ik maatschappelijk werker met de specialisatie gehoorverlies.’

Veel mensen die slechthorend of plotseling doof worden, voelen zich na de diagnose aan hun lot overgelaten. ‘En dat terwijl hun wereld soms op zijn kop staat. Ze worden vaak zonder duidelijke informatie of hulp naar huis gestuurd. Dan komen ze bij ons en blijkt dat er hulpverleners zijn die begrijpen wat ze doormaken. En dat er allerlei praktische hulpmiddelen zijn waar ze het bestaan niet van afwisten, zoals een schrijftolk. Dat maakt dat je al heel snel wat voor ze kunt betekenen.’

Verschillende problemen
Niet alle hulpvragen van Pauls cliënten zijn snel op te lossen en soms is een periode van therapie nodig om weer grip op het leven te krijgen. ‘Hoewel de problematiek van laatdoven – mensen die op latere leeftijd langzaam steeds dover worden – anders is dan die van mensen die van het ene op het andere moment doof zijn, hebben ze één duidelijke overeenkomst: ze kunnen niet meer communiceren zoals ze gewend waren en zijn daardoor een belangrijk deel van zichzelf kwijt. Dat maakt het anders dan mensen die met gehoorverlies zijn opgegroeid. Laatdoven raken hun gehoor geleidelijk kwijt. Je zou kunnen denken dat ze het daardoor makkelijker een plek kunnen geven omdat ze er langzaam aan kunnen wennen. Maar juist door die geleidelijkheid, schuiven ze het lang voor zich uit. Ze gaan heel lang door met het idee dat het nog best wel gaat, terwijl het eigenlijk niet meer gaat. Als ze bij ons komen, hebben ze vaak al een lange periode op hun tenen gelopen en zijn ze mentaal en fysiek op. Door op je tenen te lopen en grenzen te verleggen, denkt de omgeving ook heel lang dat dat het nog wel gaat. Dat maakt het lastig om uit te leggen hoeveel moeite het je eigenlijk kost en wat de slechthorendheid met je doet.

Bij plotsdoven zie je iets anders. Het feit dat ze van de ene op de andere dag niet meer kunnen horen, is heel traumatisch. Sommigen hebben het gevoel dat de grond onder ze weg is gevaagd. Probeer je maar eens voor te stellen hoe het is als je opeens je basis om te communiceren met anderen kwijt bent en je alles wat op die basis gebouwd is, opnieuw moet uitvinden. Je werk, je vrienden, je relatie, niets is meer vanzelfsprekend. Tegelijkertijd zie je vaak bij plotsdoven dat de omgeving door de crisissituatie van het plotselinge wegvallen van het gehoor, wel direct heel veel aandacht en begrip voor de situatie heeft. Al ebt dit vaak vrij snel weer weg. Uiteindelijk is elke cliënt en elke hulpvraag anders. Maar een rode draad is het verwachtingspatroon. Wat verwacht je van jezelf? Wat verwacht je van je omgeving en wat verwacht je omgeving van jou? Als je daar samen achter kunt komen, kun je daar gericht aan werken.’

Verwachtingen bijstellen
De afgelopen tien jaar is er veel veranderd, op het gebied van de zorg maar ook met betrekking tot de hulpmiddelen die er beschikbaar zijn. Dat heeft Pauls werk enerzijds veranderd, maar op andere vlakken ook weer niet. ‘Met het cochleair implantaat (CI) is voor veel mensen weer meer mogelijk dan voorheen. Feit blijft echter dat je een gehoorbeperking houdt. Als het hebben van een CI bepaalde verwachtingen schept bij de slechthorende en zijn of haar omgeving, en die aan die verwachtingen wordt niet voldaan, kan dat enorm teleurstellend zijn. Wanneer je een CI overweegt, is het verstandig je daar goed op voor te bereiden zodat je realistische verwachtingen hebt. Ook daar kan ik als specialist gehoorverlies bij helpen.’

Over plots- en laatdoofheid en de gevolgen ervan komt steeds meer kennis. ‘Zelf leer ik elke dag nog van de ervaringen van mijn cliënten. Wat zij meemaken, hoe zij daarmee omgaan, welke hulpmiddelen voor hen werken, dat neem je als bouwstenen mee naar nieuwe cliënten. Het lukt bijna altijd om ze weer genoeg houvast en vertrouwen te geven om verder te gaan. Soms is dat via een nieuwe weg, met een andere baan en andere verwachtingen. En gelukkig is dat meestal met behulp van de mensen om hen heen, doordat ze met elkaar die verwachtingen bijstellen en bijvoorbeeld hulpmiddelen gaan inzetten. Je moet niet vergeten dat het vaak ook voor de omgeving heel ingrijpend is. Ook zij hebben soms hulp nodig om alles op de rit te houden. Voor mij is dat eigenlijk de drijfveer van mijn beroep: een oprechte nieuwsgierigheid naar mensen en de processen tussen mensen. En hoe dat compleet verstoord kan raken door een gehoorprobleem. Dat ik daarbij kan helpen, om samen een oplossing te vinden… ja, dat is echt heel mooi!’

Foto: Daisy de Pater
Bron: Gezond Gehoor