‘Een CI biedt zoveel meer dan een verbeterd gehoor’

Het cochleair implantaat (CI) is niet meer weg te denken in de wereld van de audiologische hulpmiddelen. Steeds meer slechthorende volwassenen kiezen voor een CI. En vrijwel alle kinderen met een ernstig gehoorverlies krijgen één of zelfs twee CI’s op jonge leeftijd. Toch is deze ontwikkeling nog vrij jong. Om te weten welke invloed het CI nou precies heeft, is onderzoek nodig. Enja Jung (28) is een van de onderzoekers die hier een bijdrage aan wil leveren.

Achter de schermen, in ziekenhuizen en op universiteiten, wordt al decennialang onderzoek gedaan naar de werking en invloed van CI’s. Zo kan de behandeling en begeleiding van mensen met een CI steeds beter worden vormgegeven. De eerste Nederlandse kinderen die echt opgroeiden met een CI, zijn nu in hun tienerjaren en vormen daarmee een interessante, nieuwe onderzoeksgroep. Hoe gaan deze jongeren om met hun CI, waar lopen zij tegenaan in hun sociale leven en kunnen zij met een CI alles leren wat horende leeftijdsgenoten ook kunnen? Leren zij op dezelfde manier of zetten zij andere vaardigheden in?

Engels is belangrijk
Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) is een van die plekken waar een aantal onderzoekers binnen de vakgroep audiologie zich bezighoudt met onderzoek naar de werking van CI’s en verschillende aspecten die van invloed zijn op het spraakverstaan met CI’s. Enja Jung, die van oorsprong Duits is, werkt sinds 2014 in Groningen aan haar promotieonderzoek naar de wijze waarop jongeren met een CI Engels als tweede taal leren. ‘Nederlanders staan er bekend om dat ze goed nieuwe talen kunnen leren. Dit komt onder andere door het lesaanbod op de scholen. Nederlandse middelbare scholieren moeten verplicht Engels leren naast het Nederlands, en hebben daarnaast het aanbod van andere talen zoals Duits en Frans.

Een goede beheersing van het Engels is belangrijk, omdat die taal veel terugkomt in het dagelijks leven. Het kan helpen om met buitenlanders contact te hebben, om te gaan reizen en of bepaalde studies te volgen. Ook als je later bij een groot, internationaal bedrijf wilt gaan werken, is het onontbeerlijk dat je het Engels goed beheerst’, begint Enja de uitleg over haar onderzoek. ‘Dit geldt natuurlijk ook voor jongeren met een CI. Maar er is nog vrijwel niets bekend over hoe zij Engels leren, of andere tweede talen. Dat is eigenlijk de eerste vraag die ik met mijn onderzoek hoop te beantwoorden. Ik kijk daarbij of er bepaalde aspecten zijn die heel goed gaan of juist niet. En op welke vlakken er ruimte is voor verbetering. De tweede belangrijke vraag is welke factoren van invloed zijn op het leren van Engels als tweede taal door jongeren met een CI.’

Gehoor en tweede talen
Enja woonde van 2009 tot 2012 al in Groningen toen ze er de studie BSc Psychologie volgde, nadat ze een jaar in Frankrijk als au-pair had gewerkt. ‘Eigenlijk begon daar mijn fascinatie voor het leren van talen’, vertelt Enja. Ik zag hoe makkelijk en snel de kinderen waar ik voor zorgde naast het Frans ook Engels en Duits leerden, dat vond ik echt geweldig.’ Enja volgde een master in het buitenland, specialiseerde zich in gehoor en taalwetenschappen en keerde in 2014 terug naar Groningen voor haar promotieonderzoek. ‘Ik heb een grote persoonlijke binding met het onderwerp van mijn onderzoek’, vertelt Enja gepassioneerd. ‘Het is fantastisch dat ik mijn twee grote fascinaties met dit project kan verbinden: gehoor en tweede talen.’

Hoewel het Enja’s onderzoek is, werkt ze daarin nauw samen met haar twee begeleiders, en verschillende experts bij zowel het UMCG als bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) die haar met hun kennis kunnen helpen. ‘Binnen het UMCG en de RUG lopen diverse onderzoeken naar de werking van CI’s en spraakverstaan. Er is ontzettend veel kennis en ervaring over deze onderwerpen en we helpen elkaar als we specifieke informatie nodig hebben of ergens mee vastlopen. Dit geldt overigens niet alleen voor de onderzoekers onderling, ook met audiologen en kno-artsen van de polikliniek werken we samen.’

Resultaten en verwachtingen
Het onderzoek is opgebouwd in twee deelstudies: een vragenlijst en een zogenaamde takenstudie. ‘Zo kunnen we de verschillende aspecten heel systematisch onderzoeken’, legt Enja uit. ‘Met de vragenlijst willen we onderzoeken hoe jongeren zelf het leren van Engels ervaren. Wat ze hierbij belangrijk vinden en welke factoren hierop van invloed zijn. Naast informatie van de jongeren, willen we ook gegevens van de ouders en van leraren Engels verzamelen.

De takenstudie is erop gericht te kijken hoe jongeren Engels als tweede taal verwerken. We gebruiken hiervoor een aantal testjes die inzicht geven in de Engelse vaardigheden. Daarnaast kijken we naar de verschillende aspecten van het gehoor.’

Het onderzoek van Enja is nog in volle gang dus ze kan ons nog niets zeggen over de resultaten. ‘Er is nog niet eerder onderzoek naar dit onderwerp gedaan, het kan in principe alle kanten op gaan. We verwachten dat we door onze resultaten in staat zullen zijn om aan te tonen wat wel en niet goed gaat bij het leren van Engels als tweede taal. Als we dat kunnen laten zien en kunnen aantonen hoe jongeren met een CI Engels leren en welke factoren daarbij een rol spelen, dan kun je ook werken aan het verbeteren van het leerproces.

Het kan best zijn dat deze jongeren baat hebben bij extra ondersteuning, zoals logopedie. Maar het kan ook blijken dat deze jongeren gewoon hartstikke goed Engels leren en er helemaal geen extra ondersteuning nodig is. Ook dat helpt om een goed beeld te krijgen van de ontwikkelingsmogelijkheden van slechthorende jongeren met en zonder een CI. Dat is belangrijk voor kinderen maar ook voor hun ouders, de scholen en de CI-teams’, vertelt Enja enthousiast. Voorlopig is ze nog bezig met het verzamelen van data – gegevens die ze analyseert om betekenis te geven aan haar onderzoek. ‘Als alles volgens de planning verloopt, ben ik in mei 2019 klaar.’

En dan is er weer een klein beetje meer inzicht in de mogelijkheden van een CI. Er blijft natuurlijk veel te onderzoeken, Enja heeft hier wel ideeën over. ‘Fundamenteel onderzoek naar de werking van nieuwe uitvindingen zoals het CI is natuurlijk heel belangrijk, maar zelf ben ik meer geïnteresseerd in toegepast onderzoek. Wat ik belangrijk vind, is dat we ons als onderzoekers blijven beseffen dat een CI veel meer biedt dan een beter gehoor. Het CI maakt het voor velen makkelijker om actief deel te nemen aan de maatschappij, om zelfstandig te zijn en contact te maken met de mensen om hen heen. Ze krijgen met een CI kansen om dingen te doen die door het gehoorverlies niet of minder goed binnen hun bereik lagen. Slechthorendheid zorgt voor een communicatiebarrière, die met een CI kan worden opgeheven. Dat is fantastisch en dat moeten we in ons hoofd houden bij nieuw onderzoek. Het onderzoek naar de – positieve – effecten van het CI en de invloed ervan op het leven van de kinderen, jongeren en jongvolwassenen, staat eigenlijk nog in de kinderschoenen. In de toekomst zal nog heel veel onderzoek nodig zijn om alles inzichtelijk te krijgen en daar waar nodig te werken aan verbeteringen.’