“De markt wil, en moet misschien wel verder” – Interview met prof. Snik

Op het tweejaarlijkse OSSEO-congres dat recent in Nijmegen werd georganiseerd ontving prof. dr. ir. A.F.M (Ad) Snik de OSSEO-award. Professor Snik ontving de award voor zijn wetenschappelijk onderzoek en onderwijs op audiologisch gebied in het algemeen en in het bijzonder voor zijn onderzoek naar beengeleiding. Gezond Gehoor Professional interviewde hem en vroeg hem naar zijn visie op de ontwikkelingen in de hoorsector.

Ad Snik: ‘Wat mij het meeste is bij gebleven van de uitreiking en de ontvangst van de OSSEO-award zijn de reacties van het publiek. Het congres verliep goed. Het inhoudelijke niveau was hoog, ik heb veel van mijn collega’s kunnen spreken. Dat ik dan ook nog eens deze award mocht ontvangen zie ik echt als de kers op de taart. De reacties van het publiek waren echt hartverwarmend. Ook omdat ik in augustus toch een beetje afscheid ga nemen.’

Want na een carrière van 35 jaar in de audiologie gaat Ad Snik met pensioen. ‘Ja, in augustus is het dan officieel, maar ik stop niet helemaal met werken hoor. Ik word vooral eigen baas in mijn agenda,’ zegt hij lachend. ‘Dat is iets wat mij erg gaat bevallen, maar helemaal stoppen doe ik natuurlijk niet. Dat kan ik nog niet, het werk is nog veel te leuk. Zo ga ik de begeleiding van een aantal promovendi hier in Nijmegen nog afronden. Heb ik een aantal zaken uit mijn netwerk die ik ga oppakken. En natuurlijk zal ik mijn gezicht hier en daar laten zien.’

Rol van audioloog en AC
In de 35 jaar dat hij actief is in het veld heeft hij zich onder andere beziggehouden met het onderzoek naar hoor implantaten. Als jarenlang hoofd van het audiologisch centrum in Nijmegen heeft hij continu gewerkt op het snijvlak van onderzoek, praktijk en toepassing. Dat levert interessante inzichten op. Ad Snik: ‘Als audiologen en als AC, zijn we continu op zoek naar de beste manier om slechthorende mensen te helpen om zichzelf te redden in onze maatschappij.’

‘En dat is een wat andere insteek dan vele andere afdelingen van het ziekenhuis waar het AC onderdeel van is,’ vervolgt hij. ‘Kort door de bocht kijken ze daar naar de ziekte als het probleem, een vraagstuk, dat opgelost moet worden. Terwijl dat bij slechthorenden, neem bijvoorbeeld een kind dat slechthorend of doof is, heel anders ligt. Dan hoort bij de medische interventie een vaak intensief begeleidingsproces. En dat gaat met ups en downs. Ik heb het wel vaker gezegd, maar als audioloog betrokken bij zo’n begeleidingsproces ben je vaak ook een soort maatschappelijk werker. En dat is een goede zaak naar mijn mening. Het gaat uiteindelijk om optimale zorg voor onze patiënten. Kunnen wij onze patiënten de instrumenten in handen geven om zelf mee te doen aan onze maatschappij? Dat is waar ons vak om draait. Dat is ook waar ik mijn kennis voor in wil blijven zetten.’

Ontwikkelingen in de sector
En dat hij nog niet klaar is met het werk en de sector blijkt wel als we hem vragen naar zijn visie op de ontwikkelingen in de hoorrevalidatie in de afgelopen jaren. Ad Snik: ‘Daar zeg je me wat. Ik denk dat een van de belangrijkste ontwikkelingen die ik waarneem is dat de rol van kennis in de markt een andere rol heeft krijgt. Technologie speelt een steeds grotere rol in ons leven. En dus ook in de beschikbare instrumenten die wij als audiologen tot onze beschikking hebben. Van moderne BAHA-systemen tot hoortoestellen met wifi en bluetooth. In sommige gevallen is die ontwikkeling wel erg snel gegaan. Het fundamenteel onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen krijgt nauwelijks de kans om goed doorwrocht te zijn. De markt wil, en moet misschien wel, verder.’

‘Overigens is dat altijd een balans in onze maatschappij. Commerciële belangen en maatschappelijke belangen vullen elkaar meestal aan, maar soms ontstaat er wrijving. En die wrijving vind ik interessant. Vandaar dat ik ook, na mijn emeritaat mijn eigen website zal bijhouden, www.snikimplants.nl, waar ik divers, en naar mijn mening relevant onderzoek op gebied van hoor implantaten wil blijven plaatsen. Die website is overigens bedoeld voor professionals. Ik vind de sector veel te leuk!’